Regio
Een woning in een zuidelijk stadsdeel. Vier vrouwen vechten om een hondenbeen, knopen dunne armen om het bot. Een heer op leeftijd groet met opgetrokken ooglid de Babylonische verwarring. Hij neemt zijn hoofd af met zijn hoed. Zijn romp rolt vol verwachting over het tapijt.
De horizon zoekt broers en zusters, brengt de regenboog in ongerede. Zij heeft voorbij het spectrum een nieuwe woning laten bouwen, veredelt in haar moestuin sperziebonen uit Egypte waarover de bewoners van een opvanghuis niet mogen klagen.
Een religieuze wast haar dagelijkse gebeden. Na grazen in de boomgaard van haar leven eindigt zij de dag kotsend over schrale boezem boven een closetpot. Zij schrijft gedichten op het onderlaken, poëzie voor vrouwen uit een zuidelijk stadsdeel met de kont te lezen.
Leo Dooper

